Een stapeltaart maken lijkt misschien super moeilijk, maar dat valt best mee. Je ziet een hoge taart voor je met strakke randen en mooie decoratie. Je vraagt je af hoe je zoiets thuis voor elkaar krijgt zonder stress. Gelukkig kun je met een goede voorbereiding en rustige stappen al heel ver komen. Een stapeltaart bestaat uit lagen cake die je vult, afsmeert en stapelt. Je hebt vooral een stevige basis nodig en flink wat geduld tijdens het koelen. Als je dat combineert met de juiste vulling en een goede planning dan lukt het je zeker om een mooie stapeltaart te maken waar je trots op bent.
Een stapeltaart kun je voor heel veel gelegenheden maken. Natuurlijk voor verjaardagen, maar ook voor een babyshower of als afsluiter van de feestdagen. Een stapeltaart ziet er indrukwekkend uit en je kunt hem helemaal aanpassen naar een thema of specifieke smaak. Je kunt werken met chocolade, fruit, botercrème of zelfs een drip bovenop je taart maken. Een stapeltaart kun je strak afwerken of juist speels met decoratie op de bovenkant. De keuze is enorm en juist dat maakt het zo leuk!
In dit artikel lees je hoe je een stapeltaart maakt, wat er fout kan gaan en hoe je dat oplost. We geven uitleg over vullingen, roomsoorten, drips en de materialen die je nodig hebt. Je leert hoe je de taart stabiel opbouwt en welke fouten je makkelijk kunt voorkomen door slim te werken.
De naam zegt het eigenlijk al. Een stapeltaart is een taart gemaakt van meerdere taarten die boven op elkaar zijn gestapeld. Een stapeltaart bestaat meestal uit twee of drie lagen cake met daartussen een vulling. De bovenste taart staat meestal op een stuk karton. Dat karton rust weer op dowels die je in de onderste taart plaatst. Die dowels zorgen ervoor dat het gewicht netjes wordt verdeeld zodat de taart stevig blijft en niet inzakt.
Je kunt ook een stapeltaart maken zonder kartons en dowels. Dat werkt wanneer je kiest voor één formaat taart die je opbouwt in meerdere lagen. Je stapelt dan drie of vier dunne lagen cake op elkaar met stevige crème ertussen. Je maakt dus een hogere taart, maar geen taart met meerdere verdiepingen. Omdat de lagen licht zijn en allemaal dezelfde grootte hebben blijft de taart stabiel zonder dat je extra ondersteuning nodig hebt.
Het verschil met een gewone taart zit in de stabiliteit van de taart. Bij een enkele taart merk je weinig van extra gewicht. Bij een stapeltaart telt alles mee. De vulling moet stevig zijn. De cake moet voldoende structuur hebben. Hoe lang je de cake koelt, is belangrijk. De afwerking moet strak genoeg zijn zodat de taart mooi blijft tijdens het stapelen. Vooral het gebruik van karton en dowels maakt veel uit. Als je dat eenmaal onder de knie hebt, dan maak je de mooiste hoge stapeltaarten!
Een stapeltaart kan twee lagen hebben maar ook mee. Maar voor thuisbakkers werkt een taart van twee niveaus het prettigst. Je hebt genoeg uitdaging en toch blijft alles overzichtelijk en stevig. In dit artikel richten we ons op een taart met twee lagen. De techniek is hetzelfde als je extra lagen wil maken.
Je hebt voor een stapeltaart meer nodig dan voor een gewone taart. Dat komt omdat je werkt met veel gewicht en extra steunpunten nodig hebt. De materialen helpen je om een mooie en stabiele taart te maken. Hier vind je een overzicht van materialen die handig zijn om in huis te hebben als je een stapeltaart wil maken.
Stevige cakes zoals biscuit of chocoladecake
Botercrème voor het vullen en afsmeren
Ganache, banketbakkersroom of Zwitserse room voor als je wil variëren met vullingen
Taartkartons in de juiste formaten
Dowel stokjes of stevige rietjes
Een draaiplateau
Paletmessen in verschillende maten
Een schraper
Spuitzakken
Taartzaag of scherp mes
Eventueel drip, bloemen of fruit voor decoratie
Met deze spullen bouw je je taart laag voor laag op en houd je controle tijdens het vullen en afsmeren.
De cake die je gebruikt bepaalt voor een groot deel hoe stevig je stapeltaart wordt. Een luchtige cake, zoals een sponscake, kan snel inzakken onder het gewicht van de bovenste lagen. Daarom werken stevige basiscakes vaak het beste.
Een klassieke vanillebiscuit of een chocoladebiscuit werkt heel goed. De structuur is steviger en toch licht genoeg voor een lekker luchtige taart. Als je een stapeltaart wil maken, is het handig om de cakes een dag van tevoren al te bakken. Een iets stevigere en goed afgekoelde cake snijd je mooier en kruimelt minder. Daardoor krijg je ook een strakker eindresultaat.
Zorg dat je cakes volledig zijn afgekoeld voordat je aan de stapeltaart begint. Als je cake nog warm is als je deze gaat vullen en stapelen, kan je botercrème smelten. Daardoor kan je stapeltaart instabiel worden. Met een goede voorbereiding leg je de basis voor een stevige taart die niet inzakt bij het stapelen.
Voordat je begint is het fijn om te weten dat je in verschillende rondes werkt. Je bouwt de taart rustig op. Je koelt meerdere keren. Je werkt laag voor laag. Dit zorgt voor overzicht en een mooi eindresultaat.
Bak de cakes en laat ze daarna helemaal afkoelen. Een warme cake is zacht en lastig te bewerken. Start pas met je stapeltaart als je cakes stevig en goed koel zijn. Gebruik bij voorkeur twee cakes per laag. Dat zorgt voor een mooie hoogte.
Een stabiele taart begint bij een rechte onderkant en bovenkant. Zet de cake op een draaitafel en snijd de bovenkant recht af. Dit doe je bijvoorbeeld extra makkelijk met een taartzaag. Snijd de cake daarna horizontaal door, dat is ook het makkelijkste met een taartzaag. Heb je die niet dan werkt een broodmes ook.
Wil je dit echt goed aanpakken? Meet dan het midden goed op en steek hier satéprikkers in vanuit de zijkanten van je cake. Als je met het broodmes recht tegen deze satéprikkers aan snijdt, wordt je cake mooi recht!
De vulling bepaalt niet alleen de smaak van je taart. Het bepaalt ook hoe stevig je stapeltaart uiteindelijk wordt. Daarom kies je bij een stapeltaart het liefst voor een stevige vulling die niet wegzakt wanneer je meerdere lagen op elkaar zet.
Botercrème is hiervoor bijvoorbeeld een goede basis. Het blijft stevig, laat zich makkelijk uitstrijken en houdt de lagen mooi op hun plek. Je kunt botercrème naturel gebruiken of op smaak brengen met bijvoorbeeld vanille, citroen of cacao.
Ganache werkt ook heel goed. Dit is een mengsel van chocolade en room dat stevig wordt zodra het afkoelt. Ganache maakt je taart extra stabiel en geeft een volle chocoladesmaak. Het is vooral handig wanneer je een warme dag verwacht of wanneer je de taart extra strak wil afwerken.
Roomkaasfrosting is nog een optie. Dit is romig en stevig tegelijk. Het geeft een frisse smaak en blijft mooi op zijn plek wanneer je niet te dikke lagen aanbrengt. Voor een stapeltaart is het belangrijk dat de frosting koud is, want dan krijgt het een fijne stevige structuur.
Kies voor elke laag een vulling die stevig genoeg is om het gewicht van de taart te dragen. Te luchtige vullingen zoals alleen slagroom of een zachte fruitcrème kunnen uit de taart drukken. Gebruik deze liever in combinatie met een dikkere rand botercrème en de zachtere vulling in het midden, zodat de lagen netjes blijven staan.
Leg de onderste laag cake op een taartkarton. Zo kun je de laag later optillen zonder dat deze breekt. Breng een dun laagje botercrème aan op het karton zodat de cake niet schuift.
Breng een ring van botercrème aan langs de rand van de cake. Dit voorkomt dat de vulling eruit loopt bij het stapelen. Vul de cake met een stevige laag vulling. Plaats de tweede cakelaag erop en druk licht aan zodat de hele laag gelijkmatig ligt.
De crumb coat is de eerste dunne laag botercrème die je over de hele taart smeert. Deze laag zorgt ervoor dat je alle kruimels vastzet, zodat ze later niet zichtbaar zijn in de uiteindelijke afwerking. Het is dus een soort beschermlaag tussen de cake en de strakke afsmeerlaag die je daarna aanbrengt.
Je brengt de crumb coat aan door een kleine hoeveelheid botercrème op je paletmes te nemen en dit dun over de zijkanten en bovenkant van de taart te strijken. Het hoeft helemaal niet strak te zijn. Het belangrijkste is dat de botercrème alle kruimels raakt en vastpakt.
Als de cake overal een dun laagje heeft, zet je de taart in de koelkast. Tijdens het koelen wordt de botercrème stevig. Daardoor komen er geen kruimels meer los tijdens het afsmeren en krijg je een nette, gladde afgesmeerde taart. Na ongeveer twintig tot dertig minuten koelen kun je verder met de definitieve afwerking van je taart.
Als de crumb coat stevig is, breng je een dikke laag botercrème aan. Werk met een paletmes en een schraper om de zijkanten extra strak te krijgen. Laat de taart daarna opnieuw koelen. Zo blijft de laag mooi stevig.
Nu komt een belangrijk onderdeel. De onderste taart moet het gewicht van de bovenste taart dragen. Snijd vier tot vijf dowels op exact de hoogte van de taart. Steek ze in de taart in een cirkelvorm. De bovenste laag rust straks op deze dowels. Daardoor zakt de taart niet in.
Herhaal de stappen voor de bovenste taart. Ook deze taart staat op een eigen stuk karton. Zodra beide taarten klaar zijn til je de bovenste taart voorzichtig op en plaats je hem centraal op de onderste taart.
à Je kunt stappen 8 en 9 ook zonder dowels en karton doorlopen. Dan kan je taart wel iets instabieler zijn. Dat is bijvoorbeeld niet echt handig als je de taart nog moet vervoeren.
Nu komt het leukste deel, de versiering! Je kunt de taart versieren met fruit, bloemen, macarons of chocolade. Je kunt ook kiezen voor een drip.
Een drip kun je maken van chocoladeganache of deco/candy melts, maar je hebt ook kant en klare drips. Maak je de drip zelf, verwarm dan je slagroom tot het bijna kookt en giet dit over de fijngehakte chocolade of je deco/candy melts. Laat dit even staan en roer tot je een gladde ganache hebt. Laat de ganache daarna afkoelen tot hij dikker wordt maar nog goed vloeit. Dat moment is belangrijk, want een te warme drip loopt te ver naar beneden en een te koude drip blijft hangen aan de bovenrand.
Om te testen of je drip goed is laat je een klein beetje vanaf een lepel langs de rand van een glas lopen. Zakt het langzaam en gelijkmatig naar beneden? Dan is de ganache klaar voor gebruik. Breng de drip langs de rand van je taart aan met een lepel of spuitfles en laat hem rustig naar beneden glijden. Vul daarna de bovenkant op en strijk de drip licht uit voor een mooi geheel.
Bij een stapeltaart leren veel thuisbakkers juist van de kleine fouten die ze onderweg maken. Maar het liefst maak je natuurlijk helemaal geen foutjes. Daarom vind je hieronder een overzicht van de problemen die het meest voorkomen en hoe je die oplost.
De meest herkenbare fout is een taart die langzaam inzakt. De bovenste laag trekt de onderste laag naar beneden. Dat gebeurt als de cake te zacht is of als de vulling te luchtig is.
De oplossing is simpel. Gebruik dowels. Snijd deze op de exacte hoogte van de taart en plaats ze stevig in het midden van de taart. De bovenste taart staat dan op de dowels en niet op de cake zelf.
Met te warme botercrème kun je geen stevige en stabiele stapeltaart maken. De taart lijkt mooi, maar zakt na een tijdje in of wordt snel wiebelig. Dat gebeurt ook met een te dunne botercrème. Dat los je gelukkig vrij makkelijk op! Koel de botercrème. Klop opnieuw. Voeg eventueel extra poedersuiker toe. Of werk met stevige vullingen zoals roomkaasfrosting.
Al je taart te warm is of de vulling juist te zacht, kan de bovenste laag langzaam naar één kant schuiven. De zijkanten kunnen scheuren of de taart helt naar voren. Ook daar hebben we een oplossing voor!
Koel voldoende tussen het vullen en stapelen door. Smeer dunne lagen. Gebruik een ring van botercrème aan de buitenkant zodat vulling niet naar buiten komt.
Een drip die te warm is, loopt door tot op het bord. Dat kan mooi zijn, maar eigenlijk wil je de drip halverwege laten eindigen. Gaat het bij jouw drip ook mis, dan hebben wij de volgende tip voor je! Laat de drip afkoelen tot hij langzaam van je lepel afloopt. Test je drip op een glas voordat je hem op de taart aanbrengt, dan weet je zeker dat het er mooi uit gaat zien.
Als je werkt met slagroom of een zachte fruitcrème zie je waarschijnlijk dat de vulling naar buiten komt. Dit komt doordat je vulling te vochtig is en niet genoeg stevigheid aan je taart geeft.
Gebruik daarom een stevige basis zoals botercrème of ganache. Of voeg gelatine toe aan luchtige vullingen zodat je deze toch wat steviger maakt.
Een mooie stapeltaart maak je door rustig te werken en slimme technieken te gebruiken. Met een paar praktische tips krijg je strakkere randen, een gladde buitenkant en een nette afgewerkte taart.
Werk met een draaitafel. Je maakt dan veel strakkere bewegingen.
Zet een glas warm klaar. Dompel je paletmes kort in het water voor een gladde afwerking.
Werk in lagen. Een dunne crumb coat. Daarna een dikkere eindlaag.
Koel goed tussen de verschillende lagen.
Bewerk de bovenkant als laatste voor een glad eindresultaat.
Gebruik gelkleurstoffen voor botercrème. Deze mengen veel mooier en geven geen waterige sporen.
Ben je van plan om te drippen? Zorg dat de taart koud is. Op een koude taart wordt je drip veel mooier.
Een stapeltaart blijft het mooist als je hem koel bewaart. Botercrème en ganache blijven namelijk mooi stevig in de koelkast. Haal de taart ongeveer een uur voor het serveren uit de koelkast zodat de smaken lekkerder worden.
Als je werkt met fruitdecoratie kun je dit het beste pas vlak voor het serveren aanbrengen. Zo blijft alles fris en stevig en ziet alles er nog mooi vers uit.
Een stapeltaart blijft twee tot drie dagen goed als je hem goed afgesloten bewaart. Bij roomvullingen is één tot twee dagen beter.
Voor de meeste thuisbakkers werkt een stapeltaart van twee lagen het beste. Je hebt dan een mooie hoge taart, zonder dat de taart te zwaar wordt of lastiger te stapelen is. Een taart met drie lagen kan ook, maar dan heb je meer ervaring nodig met stevige vullingen, dowels en strakke afwerking. Hoe hoger de taart wordt, hoe belangrijker het is dat elke laag goed gekoeld en stabiel opgebouwd is.
Een stapeltaart vervoer je het beste in een stevige doos die aan alle kanten iets groter is dan de taart. Leg een antislipmatje onder de taart zodat hij niet kan schuiven. Zet de doos op een vlakke ondergrond in de auto, bijvoorbeeld in de kofferbak of bij de voetenruimte voor de bijrijder. Houd de taart zo koel mogelijk tijdens het vervoer. Een koeltas met koelelementen naast de doos helpt goed op warme dagen.
Cake en botercrème kun je prima invriezen, maar een volledig afgemaakte stapeltaart blijft mooier als je hem vers serveert. De decoratie kan tijdens het ontdooien vocht opnemen waardoor kleuren kunnen uitlopen. Wil je toch vooruit werken dan kun je de cakes en de botercrème los invriezen. Laat ze rustig ontdooien in de koelkast voordat je de taart opbouwt.
Voor een stapeltaart van twee cakes heb je meestal ongeveer 250 tot 300 gram botercrème nodig om te vullen en om af te smeren. Voor een hogere of grotere taart heb je meer nodig. Het helpt om een dunne ring van botercrème langs de buitenrand te spuiten. Dat zorgt niet alleen voor stevigheid, maar geeft je ook een duidelijke grens voor de hoeveelheid vulling die je gebruikt. Zo voorkom je ook nog eens dat de vulling eruit gedrukt wordt tijdens het stapelen.
Fruit kan heel lekker zijn in een stapeltaart, maar het kan wel heel vochtig zijn. Gebruik daarom altijd een stevige basis zoals botercrème of ganache en leg daar eventueel een dun laagje fruit bovenop. Start dan wel ook met een rand botercrème en gebruik het fruit enkel in het midden van de taart. Zacht fruit zoals aardbeien kun je in kleine stukjes snijden en eerst droogdeppen. Een laagje banketbakkersroom of roomkaasfrosting kan ook goed werken, zolang de laag dun blijft. Bij een vulling met veel fruit kun je de room verstevigen met gelatine zodat de taart mooi blijft staan.
Een stapeltaart maken lijkt misschien een flinke klus, maar als je rustig werkt en alle stappen nauwkeurig volgt, kun je met gemak een mooie en stevige stapeltaart maken. Je werkt laag voor laag. Je koelt tussen elke stap. Je kiest een stevige vulling en werkt alles netjes af. Met onze uitgebreide uitleg kun je zelf aan de slag en krijg je vanzelf het zelfvertrouwen om te experimenteren met smaken, vullingen, lagen en decoratie.